Kinderfysiotherapie

Na de geboorte draaien baby’s vaak hun hoofd naar één kant. Meestal gaat dit binnen enkele weken over. Soms  gaat het niet vanzelf.

We spreken van een voorkeurshouding als de baby driekwart van de tijd met het hoofd naar één kant gedraaid ligt, wanneer het volgen met de ogen en het hoofd naar de andere zijde onvoldoende is (vanaf 8 weken) bij een normale beweeglijkheid van de nek.

Als gevolg van het liggen op één kant wordt het achterhoofd aan die kant platter. Dit kan geen kwaad maar het ziet er minder mooi uit.

Vaak wordt de afvlakking vanzelf minder maar een ernstige afvlakking verdwijnt soms niet helemaal.  Om te zorgen dat de afvlakking niet steeds erger wordt kan de kinderfysiotherapeut u begeleiden en adviezen geven. Deze adviezen zijn gericht op het uitlokken van bewegingen naar de andere kant en  het verkrijgen van symmetrie in houding en beweging en daardoor het verminderen van de afvlakking van het achterhoofd.

Adviezen

De drie belangrijkste adviezen zijn:

  • De baby minimaal drie keer per dag op de buik leggen, wanneer hij wakker en onder toezicht is. Begin hiermee in de eerste week met 3-5 keer per dag gedurende 1-5 minuten. Breid dit uit naar 5 keer 15 of 3 keer 30 minuten per dag op de leeftijd van 3 maanden. De baby ontwikkelt hierdoor sterke nekspieren waardoor hij gemakkelijker naar alle kanten kan kijken.
  • Bij het voeden de baby afwisselend op de rechter en linker arm vasthouden of recht voor op de benen leggen.
  • De baby altijd op de rug te slapen leggen en het hoofd afwisselend per slaap naar links en naar rechts draaien. Laat het kind niet op de zij of buik slapen, want dan is er een grotere kans op wiegendood.

Behandeling

De kinderfysiotherapeut kan de mate van afvlakking in kaart brengen door de schedel te meten (zie folder plagiocephalometrie). Daarop krijgt u gerichte adviezen en oefeningen mee die u samen met uw kind kan doen. Na enige tijd herhalen we de meting om te beoordelen of dit beleid succesvol is.